Een krans van laurierbladeren boogt door de lucht, de uiteinden bijna ontmoetend, en vormt een ovale poort waardoor een eenzame danseres bewegt. De armen open, wordt zij omlijst door vier levende wezens, elk kijkend vanuit hun hoek, leeuw, stier, adelaar en engel, stille wachters van de vier randen van de wereld. In haar beweging nadert de omloop zijn voltooiing; een lint wacht, ongeknoopt, gereed om te worden gestrikt in viering en afsluiting. Om haar heen is de reis van de wereld in kaart gebracht: paden die bergen kruisen, rivieren die buigen, de hemel gewelfd boven velden en wouden.
Lang geleden, aan de rand van de beschaving, werden aan het einde van een reis linten om bomen gebonden. De binding verzegelde beloften en herdacht veilige terugkeer. In het hart van een stad toont een marktkraam de vrucht die ouder is dan de weg zelf: appels, hun schillen glanzend met een vertrouwde glans, opgestapeld naast opengespleten granaatappels, elke juweelachtige pit glinsterend van belofte. De schalen van de koopvrouw hellen over wanneer zij trossen kersen weegt, hoog opgestapeld in gevlochten manden, bestemd voor tafels en keukens. Dichtbij staat een verweerde houten kar vol tomaten, bij dageraad geplukt, nog de geur van aarde en rank dragend. Deze vruchten, verzameld uit tuinen en boomgaarden, komen op dezelfde bestemming aan: een sluiten van omloop terwijl handen munt ruilen voor voeding.
De vier levende wezens, zinnebeelden van de bekende wereld, hebben toegekeken terwijl eeuwen zich ontvouwden. Op de velden knikken klaprozen in de bries, hun bloembladen die veldslagen herinneren en de herinnering aan moeizaam gewonnen vrede. Langs oude wegen ontrollen banieren zich boven stadspoorten, hoog op wallen en in de handen van marcherende stoeten, de terugkeer van reizigers markerend. Uit keukens trekt het gestage pruttelen van een stoofpot familie en vrienden naar de tafel, een pan die borrelt van paprika’s en bonen, haar geur een sein dat de reis van het verzamelen voltooid is. Een ketel fluit, gereed om over theebladeren te worden gegoten, het oor gepolijst door gebruik, een vast voorwerp in elk huis.
Aan de rand van de Middellandse Zee hielden amforen eens de oogst van wijngaarden, trossen geperst, hun sap veranderd in iets duurzamers, gedeeld onder hen die aan feestmalen waren verzameld. In het verre noorden brengt de herfst het werk van inmaken en bewaren, handen die bessen in potten schuiven en zoetheid verzegelen voor de koude maanden die komen. In tropische wouden flitsen vogels door het loof, hun veren glanzend terwijl zij zaden verzamelen en nesten bouwen wanneer het regenseizoen zich sluit. Elke handeling, een lint strikken, een maaltijd koken, de overvloed bewaren, een drempel markeren, spreekt van eindes die heilig zijn gemaakt, de laatste knoop gelegd voordat een nieuw pad opengaat.
Vandaag kun je een schaal aardbeien op het aanrecht zetten, een handvol gedroogde veenbessen door de havermout van de ochtend strooien, of een zijden lint tussen de bladzijden van een boek schuiven als teken van voltooiing. Een oude praktijk houdt stand: een draad om de pols binden voor geluk, of een bloem op een jas spelden voordat je de dag in stapt, stil erkennend dat de omloop zich sluit en de belofte van de wereld wordt vernieuwd. De levende wezens, leeuw, stier, adelaar en engel, kijken toe en herinneren zich, en getuigen van de band die beginpunten aan eindes bindt.
De gelukskleur van vandaag is Rood.
Lucky Color: Red — #FF0000Een lint is gestrikt; de cirkel voltooit zich.
De wereld verwelkomt je voorwaarts.