Unkei en Kaikei, in hout
Houten wenkbrauwen heffen zich, en vlammen van bladgoud branden voorbij de aureool. De kleur is hier en daar afgebladderd. De nerf van het hout komt onder de woede vandaan. De keten is van dikke schakels gemaakt. De twee die knielen zijn uit hetzelfde hout gesneden. Wierookrook volgt de groeven van het snijwerk en trekt zijwaarts, niet omhoog. In het donker van de hal ontmoeten je ogen de blik, en het hout heeft je naam al gesneden onder de afgebladderde verf.
- De Dwaas
- De Magiër
- De Hogepriesteres
- De Keizerin
- De Keizer
- De Hogepriester
- De Geliefden
- De Zegewagen
- Kracht
- De Kluizenaar
- Het Rad van Fortuin
- Gerechtigheid
- De Gehangene
- De Dood
- Matigheid
- De Duivel
- De Toren
- De Ster
- De Maan
- De Zon
- Het Oordeel
- De Wereld